Dag 284 het woord Geduld leven

Bloem, Papaver, Verfrommeld Omhoog, Uitbroeden

Geduld is iets wat ik mezelf en anderen graag wil geven.

Het woord ‘geduld’ heb ik tot nu toe geleefd met een negatieve lading erop;

  • Met wachten op iets als ik er geen zin in heb, de bus, op iemand anders die in mijn ogen langzaam aan doet waardoor ik bang ben niet op tijd te komen.
  • Wachten op iets waar ik naar verlang. Wanneer ik een wens in mezelf gewaar ben, dan moet het zich ook zo snel mogelijk manifesteren.

Ik heb niet altijd geduld met mezelf maar ook niet altijd met anderen. Dit heb ik tot nu toe toegestaan in mezelf. In deze blog wil ik het woord ‘geduld’ herdefiniëren zodat ik het woord kan leven op een manier die voor iedereen het beste is.

Geduld hebben is geduld leven; iets ‘dulden’. In het moment zien en realiseren dat iets of een situatie tijd nodig heeft om tot ‘rijping’ te komen, tot volle wasdom, of om tot de beste uitkomst te komen. Een zaadje heeft tijd nodig om een bloem te worden. Het proces van ‘schrijven naar leven’ waarin ik deelneem, heeft tijd en geduld nodig om tot de beste uitkomst te komen.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben niet te zien, realiseren en begrijpen dat geduld hebben het dulden van iets/toestaan van iets is, dat tijd nodig heeft om tot volle wasdom te komen.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben geduld te leven als iets wat ik als negatief ervaar, want ik moet ergens op wachten.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben te denken dat ‘wachten’ iets is wat negatief is waarbij ik het resultaat ervan niet in ogenschouw neem.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben geen geduld te hebben wanneer ik op iets of iemand moet wachten, ‘omdat ik daar geen zin in heb’.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben de gedachte ‘geen zin te hebben om op iets of iemand te moeten wachten’.

Waarom heb ik geen zin om op iets of iemand te wachten? Omdat ik bang ben dat wanneer er tijd verstrijkt, de uitkomst niet gerealiseerd gaat worden (bijvoorbeeld; denken te laat te komen op een afspraak wanneer ik de autoruiten ijsvrij moet maken).

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben niet te willen wachten wanneer ik een verlangen voel in de vorm van een wens (ik las ergens dat geduld niets anders is dan ‘getemde passie’).

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben gedachten van ongeduld op iemand anders te projecteren. Vaak gaat het om een situatie wanneer iemand anders een ander tempo heeft dan ik.

Wanneer en als ik mezelf gewaar ben van ongeduld wanneer ik moet wachten op iets of iemand, stop ik en adem. Ik onderzoek in het moment welke gedachten ik heb en op hetgeen ik mij realiseer, pas ik zelfvergeving en zelfcorrectie toe zodat ik mezelf weer helder richting kan geven.

Wanneer en als ik mezelf gewaar ben van het projecteren van ongeduld op iemand anders, stop ik en adem. Ik onderzoek mijn gedachten en op hetgeen ik mij realiseer, pas ik zelfvergeving en zelfcorrectie toe.

Ik realiseer mij dat geduld te maken heeft met mezelf en anderen de tijd te geven om tot volle groei te komen. Het dulden en toestaan van tijd die daar voor nodig is.

Ik stel mezelf ten doel om te zien, begrijpen en realiseren dat het tempo van anderen, kan verschillen van mijn eigen tempo waarin ik de dingen doe in mijn leven.

Ik stel mezelf ten doel om te zien, begrijpen en realiseren dat iets tijd nodig heeft om tot volle groei te komen.

Ik stel mezelf ten doel om het woord geduld te leven; tijd geven aan mezelf en anderen wanneer dit nodig is om zo tot de beste uitkomst voor iedereen te komen.

Dag 283 een angstige gebeurtenis

Een angstige gebeurtenis van vroeger dient zich aan. Ik heb er door de jaren heen ook al eens over gedroomd. Tijd om hem uit te schrijven.

Ik ben met mijn broer en mijn zusje in een treinwagon aan het spelen. We zijn in een treinmuseum en we spelen in een oude goederentrein waarvan de grote wagondeur open staat. Plots zie ik een man bij de ingang van de wagon staan die naar mijn zusje kijkt. Ik voel dat het niet goed is dat hij dat doet, hij blijft lang naar haar kijken. Wat wil deze man? Ik ben bang van hem en weet dat we alleen zijn in de trein, hij is volwassen en veel groter dan ons. Waarom hebben mijn broer en zusje niets in de gaten? Ben ik de enige die de man ziet kijken? Waar zijn onze ouders? Ik kijk naar de man, hij ziet dat en gaat vervolgens weg. Gelukkig is er niets gebeurt.

Waarom ben ik bang van deze man? Ik ben bang dat hij mijn zusje iets aan wil doen, haar meenemen. Ik voel me niet veilig in de wagon waarin we niet weg lijken te kunnen omdat die man voor de ingang staat.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben te denken dat ik klein ben en dus een makkelijke prooi voor de man die naar mijn zusje staat te kijken en waarvan ik niet weet wat hij wil en of hij iets gaat doen.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben te denken dat ik een makkelijke prooi ben voor de man die lang naar mijn zusje staat te kijken.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben bang te zijn voor een man die lang naar mijn zusje staat te kijken.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben te denken dat ik niets kan doen wanneer de man mijn zusje weg zou willen nemen.

Ik realiseer mij dat doordat ik denk dat ik niets kan doen wanneer de man mijn zusje mee zou nemen, ik mezelf kleiner maak dan ik ben en mij machteloos voel.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben te denken dat ik niets kan doen wanneer de man mijn zusje mee zou nemen.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik mezelf kleiner maak door te denken dat ik niets kan doen wanneer de man mijn zusje mee zou nemen.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben mij machteloos te voelen wanneer ik denk mezelf kleiner maak door de gedachte dat ik niets kan doen wanneer de man mijn zusje mee zou nemen.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben ongelijkheid te creëren doordat ik mezelf als kind als meer kwetsbaar zie, en de man als groter en sterker en machtiger.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben de man als groter en sterker te zien ten opzichte van mezelf als kind waardoor ik ongelijkheid creëer.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben mezelf als kind kwetsbaarder te zien dan de volwassen man.

Ik realiseer mij dat ik door deze gedachten te hebben ik hierdoor in de situatie ‘opgeef’ en al bij voorbaat denk te weten dat ik een slachtoffer van de situatie zal zijn.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben in de situatie op te willen geven als enige mogelijke uitkomst.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben bij voorbaat al te denken te weten dat ik slachtoffer ben van de situatie.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben niet te zien, begrijpen en realiseren dat ik als kind op had kunnen staan in de situatie en mijn zusje en broertje mee had kunnen nemen, weg uit de wagon om mijn vader en moeder te zoeken.

Wanneer en als ik mezelf gewaar ben van de gedachte dat ‘ik niets kan doen’, en ik daardoor machteloosheid ervaar en dus mezelf bij voorbaat als slachtoffer zie, stop ik en adem. Ik stabiliseer mezelf door rustig te ademen en mijn gedachten te onderzoeken. Op hetgeen ik mij realiseer, pas ik zelfvergeving en zelfcorrectie toe.

Ik stel mezelf ten doel om in iedere situatie mijn gezond verstand te gebruiken zodat ik in het moment kan zien wat het beste is om te doen.

Ik stel mezelf ten doel om gezond verstand te gebruiken in iedere situatie en op te staan in mezelf als de situatie daarom vraagt.